voorwoord
Start Omhoog

 

               


Wereldbeeld en zelfbeeld

 

Het lichaam als auto-topie.

Een zoektocht naar God in het lichaam.

 

Een onderzoek in stappen naar de betekenis van het feit dat wij

de werkelijkheid lichamelijk waarnemen en duiden.

 

Download deze complete tekst in PDF (bijna 3 MB)


 

 

Voorwoord

 

Drie maanden zijn eigenlijk te kort om een thema als dit voor het voetlicht te brengen. Maar toch heb ik maar een poging ondernomen omdat ik al 5 jaar met dit plan rondliep en in die tussenperiode teksten heb verzameld en gelezen over dit onderwerp. Ik heb me ook laten leiden door de boeken uit mijn eigen verzameling en ben niet heel gericht meer op zoek gegaan naar alles wat hierover geschreven is omdat dan het gevaar dreigt door de bomen het bos niet meer te zien. De thematiek geeft daar alle aanleiding toe. Nadeel is natuurlijk dat recente studies over deze thematiek niet zijn meegenomen omdat ik niet diepgaand gezocht heb. Ook taalgebieden waarin gepubliceerd is maar waarvan ik niet op de hoogte ben vallen hieronder. Hoe het ook zij, een sabbatperiode in mijn geval, is niet een periode om een boek af te leveren dat aan het criterium voldoet dat het een weergave moet zijn van de laatste stand van zaken op dit gebied. Maar ondanks dit gebrek heb ik van ganser harte genoten en mij ingezet om alle informatie die ik tot mijn beschikking had te bundelen tot dit essay. Het is ook een soort samenvatting geworden van wat mij reeds gedurende veel langere tijd bezig heeft gehouden en bezighoudt naast mijn werk als studentenpastor en als landschapschilder. Suggesties ter aanvulling, belangrijke nuanceringen en wat dies meer zij, zijn altijd welkom want elk boek is om in de woorden van Edmond Jabès te spreken is een boek in ontwikkeling zoals wij ook reizigers in de tijd blijven. In deze tekst wordt om stilistische redenen gekozen voor het achterwege laten van de verdubbeling hij/zij. Ik citeer veel teksten in het Duits omdat ik veel literatuur in die taal heb. Soms gebruik ik ook een Duits begrip als het naar mijn gevoel beter de lading dekt. Veel citaten zijn uitgebreid. Dat heeft verschillende voordelen: een samenvatting of eigen weergave is altijd een selectie vanuit een perspectief. Daardoor blijft de sfeer en de zeggingskracht van de spreker verborgen achter mijn woorden. De aangehaalde citaten bevatten altijd meer dan er op het moment in de tekst wordt beweerd. Dat méér zou zo niet aan het licht komen. En de citaten doen mee in het betoog - ze spelen mee in het spel van redeneren, argumenteren en illustreren. Daarom ga ik ze niet nog een keer ontleden en uitwerken, maar hebben ze hun eigen plaats, net zoals een gedicht zijn eigen plaats heeft, met zijn eigen zeggingskracht.

Een uitgebreide literatuuropgave is  te vinden op internet waar deze uitgave ook gepubliceerd zal worden op: http://wereld-zelfbeeld-lichaam.canandanann.nl. In de voetnoten is alle geciteerde literatuur uitgebreid opgenomen.

 

John Hacking

Malden 1 maart 2011

 

 


 

Opzet

 

“To see the Summer Sky

Is Poetry, though never in a Book it lie -

True Poems flee -”

Emily Dickinson[i]

 

Dit essay kwam al schrijvende tot stand: vanuit een ordening van literatuur in mijn bezit die gaande weg het schrijven werd aangevuld en aangepast. Het is een verslag van een leeservaring: het proberen te lezen van het lichaam. Want met het lichaam wordt de mens een lezer die zichzelf tot object kan maken van reflectie.

Dat veronderstelt dat het lichaam te lezen is en dat de lichamelijke kanten van ons bestaan leesbaar zijn. Die poging heb ik ondernomen vanuit de positieve instelling dat dit mogelijk was. Ik heb mij daarbij laten leiden door grenservaringen: ervaringen waar het lichaam en het denken op grenzen stoot. De eerste grens - hoewel niet echt voor het lichaam een bekende, is de dood. Deze dood wordt op vele wijzen zichtbaar, het meest massaal in de oorlog en de vernietiging van mensen. Een voorsmaak van de dood is ervaarbaar in de foltering. Maar ook in de ziekte, de psychische stoornis, de wil tot zelfdoding. Daarmee is het eerste deel van dit essay gekenschetst: het lichaam en de bewoner ervan kan zich thuis of niet thuis in de wereld voelen.

Verondersteld wordt dat er een zelf is dat het lichaam bewoont - dat het lichaam een bewoonbare ruimte is zoals het ook een leesbare ruimte kan zijn. Dat wordt vooraf als een hypothese geformuleerd. Na de verkenning van de grenzen is het dan tijd om stil te staan bij dat lichaam als object en woonplaats van het zelf. Dat gebeurt in verschillende stappen:van de totale ontkenning van tot de totale verheerlijking van het lichaam. Totdat wij een zeker evenwicht hebben gevonden waarin ook het denken over de wereld, dat hiermee onlosmakelijk verbonden is, een plaats krijgt. Tenslotte bekijken het lichaam in de wereld van de taal, de kunst en de bijbel, telkens vergezeld van een korte excursie. In een slotakkoord prijzen wij overwinnaar en mecenas die als helden uit deze strijd tevoorschijn komen.

 

In dit essay sluit ik aan bij gedachten van een aantal filosofen die als illustratie en als argument naar voren worden gehaald. Het is een vorm van taalspel, van citeren, en verder reflecteren. Een oppakken van reeds bereikte inzichten en een poging om die verder te ontwikkelen in het licht van een lichamelijke beleving van de realiteit. Ik voel mij thuis bij de filosofie van Emmanuel Levinas die in concentrische bewegingen zijn thema bespreekt. Zijn discours is, anders als bij Martin Heidegger, niet alleen een zoeken naar de diepste grond, een voortgaand proces dat nooit af is, maar vooral een cirkelen om de waarden die hij heeft ontdekt in zijn filosoferen, waarbij de relatie met het goddelijke een belangrijke rol speelt. Deze cirkelvormige wijze van denken en spreken heeft mij op het idee gebracht dat de waarheid ook concentrisch is: als een dynamische cirkel, een spiraalvormige ring, een verzameling kringen in beweging. Hetzelfde keert steeds terug, steeds in andere gedaante, het is nooit klaar zoals waarheid nooit volledig kan zijn. Hetzelfde kan ook terugkeren, of zich openbaren omdat er al was, omdat het al verborgen aanwezig was. Martin Heidegger poogt dit verborgene vrij te leggen, Friedrich Nietzsche en vele anderen gingen hem voor. Goethe verwoordt dit vermoeden in zijn drama’s en poëzie en hedendaagse dichters brengen het ter sprake. Daarom citeer ik veel dichters en schrijvers omdat op die wijze een waarheid aan het licht kan worden gebracht die in fragmenten bij ieder aanwezig is: zoals vonken van goddelijk licht opgesloten kunnen zitten in de zielen, om een beeld van de Baalshem te gebruiken. Een zekere scepsis en ironie heb ik daarbij proberen te behouden. Ook omdat Cornelis Verhoeven stelt dat: “Ontroering heeft te maken met scepsis, omdat scepsis beschouwing is. Uiteindelijk is ontroering een contemplatieve categorie. Wij zijn ontroerd als onze drang tot actief ingrijpen wegsmelt in het machteloos toezien.”[ii] Scepsis, ironie en ontroering keren daarom terug in sommige citaten. Ik hoop met dit essay wat meer licht op het lichaam te hebben geworpen - en wel zo dat de leesbaarheid van het lichaam is toegenomen - waarvan ieder de vruchten kan plukken die daarvoor open staat.


 

[i] Dickinson, E., Dichtungen, Mainz 1995 (Dieterich’sche Verlagsbuchhandlung) p. 12

[ii] Verhoeven, C., Het axioma van Geulincx, Bilthoven 1973 (Ambo) p. 64

 


               

 

 

 

Share |

 Free counter and web stats

canandanann 07-04-2011